Beoordeling van het Centraal Medisch Tuchtcollege – het hoger beroep
‘In het onderhavige geval heeft het Regionaal Tuchtcollege (hiermee bedoelt de Hoge Raad het tuchtcollege te Zwolle) gegrond verklaard. Kort gezegd: overwegende dat verweerster had moeten uitsluiten dat de klachten van Remco een lichamelijke oorzaak hadden. Door als behandelaar van Remco na te laten de ernst van zijn situatie, namelijk zijn ernstige overgewicht en de risico’s van dien, onder zijn aandacht te brengen en na te laten lichamelijk onderzoek te laten doen, is zij tekortgeschoten.’

Oh gelukkig, zucht ik, zie je wel, het Centraal Medisch Tuchtcollege Den Haag, neemt de ernst van de klacht over van het Regionaal Tuchtcollege en sluit zich hierbij aan. Ook zij erkennen dus dat de psychiater zeer ernstig nalatig is geweest en dat zij Remco gezien zijn ernstige situatie had moeten (laten) onderzoeken. Dan lees ik verder:

‘Het Centraal Medisch Tuchtcollege komt in zoverre anders dan het Regionaal Tuchtcollege echter tot oplegging van een andere maatregel. De opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van de duur van drie maanden acht het Centraal Medisch Tuchtcollege te zwaar. Het Centraal Medisch Tuchtcollege neemt daarbij allereerst in aanmerking dat het nalaten als medische eindverantwoordelijke en tevens hoofdbehandelaar vanaf mei 2005 de regie te voeren over de behandeling van Remco bij Meerkanten (opgesomde punten van nalatigheid door het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle) geen onderdeel uitmaakt van de door klaagster ingediende klacht, welke zich beperkt tot het niet hebben verricht van een lichamelijk onderzoek bij Remco. Daarnaast neemt men in aanmerking dat de arts niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat zij ter zitting in hoger beroep blijk heeft gegeven van besef van haar tekortschieten en van oprechte spijt daarover, zodat er geen grond bestaat voor de vrees voor herhaling. Onder de geschetste omstandigheden acht het Centraal Medisch Tuchtcollege de maatregel van berisping passend en toereikend.’
De brief wordt afgesloten met:

Beslissing
‘Het Centraal Medisch Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep uitsluitend voor zover daarbij de maatregel van voorwaardelijke schorsing van inschrijving in het register is opgelegd en in zoverre opnieuw rechtdoende: de arts wordt berispt.’

In deze uitspraak is de Medisch Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van mening dat de (opgesomde punten van nalatigheid door het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle) geen onderdeel uitmaakt van de door klaagster ingediende klacht, welke zich beperkt tot het niet hebben verricht van een lichamelijk onderzoek bij Remco.
Dat dit laatste; dat de klacht bij de Rechtbank te Zwolle zich beperkt zouden hebben tot het niet verrichten van een lichamelijk onderzoek, is zo
PERTINENT ONJUIST!!

De bestaande situatie tijdens de rechtszaak in Zwolle:
Het Medisch Tuchtcollege te Zwolle is bij het indienen van de klacht zeerwel op de hoogte dat de medische gegevens nog niet binnen zijn, daar heeft zij zelf haar moeite voor gedaan. Toen alles eindelijk bij mijn jurist lag, heeft hij op elf A4’tjes met tweeënvijftig aandachtspunten de klacht beschreven en hij heeft vele nalatigheden die in het medisch dossier te vinden zijn beschreven. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle bespreekt deze nalatigheden uitgebreid tijdens de zitting en neemt dit ook mee in haar uitspraak. De rechter vraagt mij in Zwolle of ik ook het gedrag van de psychiater naar MIJ toe als moeder, hiervan heb ik gezegd, NEEN Wat ik niet wilde, is verstrikt raken in een onenigheid tussen de psychiater die vanaf dag één dat ik contact met haar had op een zeer aanvallende manier baar mij als nabestaande en moeder van Remco reageerde. Om op dit gedrag in te gaan, daar vond ik de situatie van Remco te ernstig voor
De beperking had dus niet te maken met het niet benoemen van de vele nalatigheden die wel degelijk in de rechtbank te Zwolle zijn besproken, maar het ging in de rechtbank te Zwolle om de gedragingen van de psychiater en het bestuur naar mij toe als moeder.
Het Centraal Medisch Tuchtcollege legt nu alle vele nalatigheden van de psychiater en die wel duidelijk in de rechtbank te Zwolle wel zijn benoemd, naast zich neer.
De vele nalatigheden zijn door mij nog eens uitgebreid in mijn verweer- en beroepschrift heb gezet, en nog eens benoemd, maar de Hoge Raad in Den Haag in tegenstelling tot de rechtbank te Zwolle geen inhoudelijk vragen gesteld. De psychiater gaf aan het verhoor in Zwolle zeer langdurig en inhoudelijk te vinden, de voorzitter van de hoge raad stelde haar op haar gerust: nu zo handelen wij hier niet en het klopt; na drie korte vraagjes aan de psychiater zonder er echt op in te gaan en een korte vraag aan mij, stonden wij weer in no-time buiten.

Ik blijf de manier van rechtspreken onbegrijpelijk. De situatie is niet anders dan wanneer een bestuurder een fietser aanrijdt, waarbij het slachtoffer komt te overlijden. Als dan later uit de autopsie- en politierapporten blijkt dat de bestuurder zwaar onder invloed was en dat de vrouw niet direct overleden was, maar dat de vrouw geen kans heeft gehad omdat de man is doorgereden, dan neemt de rechter uiteraard deze ernstige nalatigheden die consequenties hebben gehad voor het slachtoffer mee. Echter, gaat de bestuurder nu in beroep, dan zou het toch heel gek zijn als de hogere rechter gewoon zou zeggen: “Neen, u hebt ingediend dat de bestuurder de vrouw heeft aangereden en hierdoor is komen te overlijden.” De andere nalatigheden over alcoholgebruik en het achterlaten van de fietser, gegevens die u later uit het politierapport hebt gekregen en ook heeft besproken in de rechtbank en in elk verweer en beroepschrift op papier staan, die nemen wij in de rechtbank in het hoger beroep niet mee. De hogere rechtbank gaat uiteindelijk mee met de bestuurder die blijft aangeven dat zijn nalatigheden niet zeer ernstig waren en dat hij daarom een lagere of mindere maatregel behoeft. Dit is heel vreemd, want wat als de man nu niet was doorgereden toen het slachtoffer nog niet overleden was en de ambulance had gebeld? Had de vrouw mogelijk nog een kans gehad?
Deze situatie is niet anders dan, wat was er gebeurd als de psychiater wél dat éne telefoontje had gepleegd naar de begeleiders die gemeld hebben ’mocht Remco uit het zicht raken, bel ons, dan gaan wij naar hem toe’. En wat als de psychiater toen wel informatie had ingewonnen en overleg had gehad met de vorige artsen van Remco? En wat als zij één keer in al die 9 maanden tijdens Remco’s behandeling wel het medisch dossier had gelezen en op de hoogte was geweest dat Remco al maanden geen thuisbegeleiding meer had, zwaar overgewicht had. En wat als de psychiater toen wel had geluisterd naar haar eigen team, die haar verzochten Remco te onderzoeken op diabetisch en schilklier?” NEEN, geeft ze na 3 ½ jaar nog steeds aan: “het niet onderzoeken van Remco is niet ernstig – en het was zinloos, zou niets van terecht zijn gekomen.
Ja mevr. de psychiater u hebt gelijk. Eer zal NU ook niets meer van terechtkomen, en ja u hebt weer gelijk het is NU zinloos, U mag het nog steeds niet ernstig vinden, maar Remco ligt onder de grond, ja zinloos!!

   
Enlish version of the site